
De Border Collie is een
eersteklas werkhond, befaamd voor het hoeden van vee en drijven van schapen. De
huidige Border Collie stamt af van de collies van de Lowland- en de
Bordergraafschappen van Engeland en Schotland. Doordat het ras van diverse
herdershonden afstamt, bestaat een grote variatie in type.
Pas in juli 1976 werd de
standaard voor het ras opgesteld en door de FCI goedgekeurd. De Border Collie is
uitstekend te trainen en heeft ook daadwerkelijk deze "mentale
training" nodig. Border Collies zijn niet geschikt om puur als huishond te
houden wanneer men geen tijd en/of ervaring heeft om het dier zowel lichamelijk
als mentaal te trainen.

Verschijning
 |
Algemeen: Border
Collies moeten harmonieus gebouwd zijn. Het silhouet moet sierlijk zijn
echter zonder fijnheid. Het moet tonen dat het gemakkelijk in staat is om
lang achter elkaar actief te zijn. De Border Collie dient uithoudingsvermogen
te hebben, snel en schrander. Het lichaam moet matig lang zijn met goed
gebogen ribben. Diepe en tamelijk brede borstkas. Brede en sterke rug en
goed gespierde en licht gebogen lendenen. Achterhand breed en gespierd,
waarbij het kruis vloeiend verloopt richting staartwortel. Krachtige
sprongen, tamelijk laag geplaatst.Krachtige hals, iets breder wordend naar
de schouders toe. |
 |
Kleur: Een
verscheidenheid aan kleuren is toegestaan, echter wit mag niet overheersend
zijn. |
 |
Hoofd en schedel: De
schedel is breed zonder achterhoofdsknobbel. Wangen niet vol of rond. De
neus wordt smaller naar de neus toe en is krachtig. Schedel en neus zijn
ongeveer even lang. Neus is zwart met goed ontwikkelde neusgaten. Duidelijke
stop. Ogen zijn ovaal en staan ver uit elkaar en hebben een verstandige en
zachte uitdrukking. De oren zijn middelmatig dik en groot, tamelijk ver uit
elkaar geplaatst, half opgericht gedragen en zeer beweeglijk. De
binnenkant van het oor is goed behaard. Schaargebit, waarbij de tanden recht
in de kaak geplaatst moeten zijn. |
 |
Staart: Staart is matig
lang en reikt minstens tot het hakgewricht (sprong). Laag aangezet en
bevederd. Punt wijst omhoog. De staart wordt niet over de rug gedragen.
|
 |
Voeten: Ovaal met dikke
voetzolen. De voetzolen moeten onverslijtbaar zijn. Nagels kort en sterk.
|
 |
Beharing: Lang,
halflang of kort en weersbestendig |
 |
Schofthoogte: Reu:
circa 53 cm, Teef: iets kleiner. |